34 - 36 maanden

6 rekenconcepten om thuis te oefenen (zonder lesboek!)

Hoewel je tweejarige peuter nog geen ster is in rekenen, oefent ze nu al continu met wiskundige concepten toepassen.

Cijfers herkennen en tellen zijn twee van de belangrijkste rekenvaardigheden die jonge kinderen ontwikkelen, maar er zijn nog andere basisvaardigheden die peuters helpen om rekenen te begrijpen. Door je peuter de juiste ondersteuning te bieden, kun je haar helpen om deze vaardigheden nog verder te ontwikkelen.

Zo kun je de vroege rekenvaardigheid van je peuter ondersteunen:

Vergelijk grootte, gewicht, hoogte, en andere eigenschappen

Door je peuter vragen te stellen over vergelijking, laat je haar kennismaken met belangrijke rekenwoorden, zoals minder, meer, groter dan, kleiner dan, en andere relationele termen.

Maak overdreven gebaren terwijl je haar vragen stelt:

  • “Welke bal is zwaarder, deze bal of deze bal?”
  • “Welke deur is open, en welke deur is dicht?”
  • “Wat is groter, een hond of een kat?”
  • “Welke bloem is hoger?” (wijs naar twee bloemen)
  • “Welke rijstwafel is heel, en welke is gebroken?”
  • “Welke hand is vies? En welke hand is schoon?”
  • “Welk glas zit vol met water? En welk glas is leeg, zonder water?”

Leer meten

Toddler laying down on the ground next to a stack of blocks laid out by a woman
In foto: De Blokkenset

Je peuter gaat waarschijnlijk pas over een paar jaar de standaard meeteenheden begrijpen (minuten, centimeters, theelepels), maar toch kan ze nu al op een leuke manier oefenen met dagelijkse voorwerpen. Meten en vergelijken zijn twee nauw verwante vaardigheden.

Zo kun je je peuter in deze fase al laten oefenen met meten:

  • Als je een weegschaal hebt, laat je kind er dan eens op staan en kijk samen hoe de cijfers veranderen. Je kunt ook andere dingen op de weegschaal leggen, zoals een stapel boeken of een bak met blokken. Leg uit dat de weegschaal weegt hoe groot iets is, en dat het getal verandert als je er meer op legt.
  • Houd op een speciaal plekje in het huis de grootte van je kind bij. Dit is niet alleen een leuke manier om te zien hoe je kind over de loop van de tijd groter wordt, maar zo kan je kind ook kennismaken met de concepten (en de woorden) centimeters en meters.
  • Op deze leeftijd vinden peuters het fantastisch om te gieten. Zet een blad neer met bakjes in verschillende groottes met water erin. Vraag je kind om het water uit het kleinste bakje over te scheppen in het grootste bakje: hoe vaak moet ze scheppen? Misschien vindt ze het juist leuk om de schenkset zelf, zonder aanwijzingen, te verkennen.
  • Help je kind gewicht visualiseren met de beweegschaal. Geef haar verschillende voorwerpen om te wegen: stenen, pompons, veren, speelgoedautootjes, of speelgoeddieren. Laat zien dat wanneer de emmertjes vol zijn, de zware kant naar beneden gaat, en de lichte kant naar boven.
  • Door je kind eenvoudige hulpmiddelen te laten gebruiken, kun je haar goed kennis laten maken met meten. Met een liniaal, meetlat, meetlint, en maatbekers en -lepels uit de keuken kan je peuter dit concept op een leuke manier verkennen. Kijk uit voor kleine vingertjes als je een meetlint gebruikt dat snel oprolt.

Leer je kind over ruimtelijke concepten

De manier waarop we de fysieke relatie van voorwerpen ten opzichte van andere voorwerpen zien (boven, onder, achter, naast) is ook een belangrijke vroege rekenvaardigheid. Deze vaardigheid legt de basis voor geometrie, en helpt je kind de fysieke wereld om haar heen te begrijpen. Hieronder delen we een paar manieren om ruimtelijke woorden in het dagelijks leven te gebruiken. Met omschrijvende taal en handgebaren kun je de woorden echt tot leven brengen en betekenis geven voor je peuter:

  • “De kat ligt onder de stoel. Soms zit hij op de stoel, zoals nu.”
  • “Die boom staat heel dichtbij – kijk, we kunnen de boom aanraken. De hoge boom met de blauwe bloemen is ver weg – we kunnen de boom niet aanraken en we moeten even lopen om bij de boom te komen.”
  • “Ik loop de trap op, kun jij de trap af lopen, die kant op?”
  • Je schoen ligt achter de bank. Zullen we je schoen pakken en hier neerzetten? Nu staat je schoen voor de bank, zie je?”

Andere relationele woorden die je kunt benoemen en oefenen, zijn bijvoorbeeld in en uit (bakjes vullen en leegmaken), binnen en buiten (de stoel binnen en de stoel buiten), naast, en tussen.

Vormen

In foto: Bijpassende vormkaarten van De Vrije Geest Speelkit

In deze fase van de ontwikkeling kan je peuter basisvormen beter gaan begrijpen. Tussen de 26 en 30 maanden kunnen veel kinderen al cirkels, driehoeken, en vierkanten aan elkaar koppelen. Dit betekent dat ze twee precies dezelfde vormen bij elkaar kunnen vinden, ongeacht of ze ze kunnen benoemen of niet. Tussen de 30 en 36 maanden beginnen kinderen vaak met het sorteren van deze drie vormen, waarbij ze (vaak) de hulp van een volwassene nodig hebben om ze in drie stapels te verdelen.

Met deze tips kun je je peuter in het dagelijks leven wijzen op vormen. Probeer zoveel mogelijk met duidelijke handgebaren te laten zien wat je bedoelt:

  • “Je boterham heeft de vorm van een vierkant! Kijk, hij heeft een, twee, drie, vier kanten.”
  • “Dit bord heeft de vorm van een cirkel. Het heeft geen rechte lijnen, en is helemaal rond, kijk maar” (traceer de omtrek van het bord met je vinger, en laat je kind het met jouw hand over die van haar ook proberen).
  • “Dat verkeersbord is een driehoek. Zullen we de kanten eens tellen? Een, twee, drie.”

Oefen met conserveren

Conserveren is een logische denkvaardigheid die onderdeel uitmaakt van de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Kinderen die kunnen conserveren, begrijpen dat een bepaalde hoeveelheid niet verandert als er iets anders aan verandert (bijvoorbeeld als je de inhoud uitrekt, knipt, langer maakt, uitspreidt, krimpt, schenkt, etc.).

Kinderen leren pas vanaf hun vijfde echt ‘conserveren’, maar wanneer jullie de concepten nu al oefenen, kan dit haar helpen om het later beter te begrijpen. Zo kun je dat aanpakken:

  • Breek een rijstwafeltje in tweeën en laat zien dat er nog steeds even veel cracker is. Zoals je peuter ernaar kijkt, zijn twee kleinere stukken rijstwafel meer dan één hele rijstwafel. Houd de helften bij elkaar en weer uit elkaar, en doe dit een paar keer om het je kind te laten zien.
  • Leg drie stukjes van hetzelfde voedsel naast elkaar. Kies iets kleins, zoals bosbessen. Tel ze langzaam hardop en raak daarbij iedere bosbes even aan. Vraag je kind om mee te tellen. Leg ze daarna ver uit elkaar. Je peuter denkt nu dat er meer bessen zijn. Tel ze nog eens om te laten zien dat het er nog steeds even veel zijn, en leg duidelijk uit waarom dat zo is.
In foto: Scheikundeset van De Uitpluizer Speelkit
  • Schenk water in een hoog, smal glas. Giet het water (terwijl je kind toekijkt) daarna in een lager, breder glas. Je peuter begrijpt nog niet dat de hoeveelheid water hetzelfde blijft, maar je kunt haar al wel woorden en logica bijbrengen waardoor ze dit ingewikkelde concept later beter kan gaan begrijpen: “het lijkt alsof dit minder water is, maar het is nog steeds even veel. Kijk maar hoe ik het weer in het hoge glas giet.”

Patronen

Patronen herkennen is een basisvaardigheid om later te leren rekenen, en een van de meest toegankelijke concepten voor jonge kinderen. Met deze tips kun je in het dagelijks leven vaker stilstaan bij de patronen om jullie heen:

  • Wanneer jullie op een tegelvloer lopen met afwisselende kleuren, zeg dan: “nu gaan we op zwart staan, dan op wit, dan op zwart, dan op wit”.
  • Zet een paar blokken op een rij met een duidelijk verschil in hoogte: “hoog blok, laag blok, hoog blok, laag blok”.
  • Maak een ketting van ontbijtgranen met een patroon van verschillende kleuren.
  • Zing liedjes zoals ‘Hoofd, schouders, knie en teen”, waarin patronen herhaaldelijk terugkomen.
  • Wijs je peuter op simpele patronen om jullie heen: de bakstenen van een schoorsteen, de vleugels van een vlinder, de blaadjes van een bloem.

Auteur

Team Lovevery Avatar

Team Lovevery

Visit site

Geplaatst in 34 - 36 maanden, Cognitieve ontwikkeling, Rekenen, Speeltijd & activiteiten, Kinderontwikkeling

Blijf lezen