16 - 18 maanden

Het brein van je peuter is nu klaar voor deze 4 concepten

Zwaar en licht, luid en zacht, lang en kort, groot en klein… Het groeiende brein is dol op tegengestelden. Het scherpe contrast tussen twee tegenovergestelde concepten is precies wat je peuter in deze fase nodig heeft om de natuurlijke interesse in sorteren en categoriseren te prikkelen.

Hoe meer je je peuter lichamelijk kunt betrekken bij deze activiteiten, hoe enthousiaster hij eraan deel zal nemen.

Een paar ideeën om tegengestelden te verkennen met je peuter:

Zwaar en licht

Relatieve concepten als zwaar en licht leert je kind niet zomaar begrijpen – hier is veel herhaling voor nodig Sta samen gedurende de dag stil bij voorbeelden uit het dagelijks leven.

Het kan een uitdaging zijn om dagelijkse objecten te vinden die alleen in gewicht van elkaar verschillen. De tegenovergestelde ballen uit de Denker Speelkit zijn een goede om mee te beginnen, en verder kun je ook denken aan deze contrasterende voorwerpen uit de wereld om jullie heen:

Zoek een grote, zware steen (die je peuter bijna niet kan optillen) en een licht steentje, of vul één fles met water en een andere fles niet. Laat je kind het verschil in gewicht zelf ervaren. Denk bij lichte voorwerpen bijvoorbeeld aan een wattenschijfje, blaadje, of veer, en bij zware voorwerpen aan stenen of gewichten. Sprokkel een paar voorwerpen bij elkaar en laat je kind de lichte en zware voorwerpen voelen.

Luid en zacht

Je kunt je peuter helpen om het verschil tussen luid en zacht te begrijpen door hard te zeggen “Ik spreek met een luide stem!”, en daarna te fluisteren “en nu spreek ik met een zachte stem”. Je kunt ook muziek draaien – eerst zacht en daarna hard – of een ventilator van laag naar hoog zetten. Vertel je peuter over het verschil in geluid. (Pas wel op dat een te hoog volume niet goed is voor kleine oortjes!)

Op zoek naar een slimme manier om je peuter tot stilte te manen als hij aan het gillen en schreeuwen is? Zeg “ssst – wat kun je nu horen als je stil bent?” en benoem de geluiden die jullie horen: een blaffende hond, een auto op straat, de vaatwasser…

Lang en kort

Dit concept kun je introduceren door twee stukjes touw in verschillende lengtes af te knippen Knip het kortste touw zo kort dat het net niet om de pols van je kind past, en knip het lange touw zo lang dat het om zijn middel past. Houd het korte touwtje bij de pols van je kind en zeg “Dit is een kort touwtje. Kijk, het is niet lang genoeg om om je pols te passen” (maak een spoor om zijn pols met je vinger om het te verduidelijken). “Kijk, het lange touwtje past wel om je pols, en het is zelfs zo lang dat het om je middel past!”

Je kunt de verschillende lengtes ook gebruiken om de omtrek van jullie enkels met elkaar te vergelijken, of je kunt je peuter het touwtje om jouw voorhoofd laten wikkelen.

Groot en klein

Peuters vinden het fascinerend om het contrast tussen groot en klein te verkennen. Mandjes, bekers, bakjes en ballen van verschillende groottes en de ronde vriendjespuzzel helpen je kind allemaal het concept van grootte begrijpen. Probeer eens te vertellen wat je peuter aan het doen is en wat hij ziet wanneer hij met dit speelgoed speelt. Zelfs als hij zelf al weet waar de puzzelstukken in de puzzel moeten, kun je je hand op zijn hand leggen en het samen doen, zodat hij kan leren van de woorden die je gebruikt: “Kijk, dat grote rondje past niet in het kleine rondje,” of “de grote bal past niet in het kleine bakje”.

Je kunt ook een theelepeltje met een opscheplepel vergelijken, een klein bakje met een grotere bak, of een mandarijn met een sinaasappel. Zoek tijdens het wandelen in de natuur samen naar grote en kleine stenen of grote en kleine bladeren.

Auteur

Team Lovevery Avatar

Team Lovevery

Visit site

Geplaatst in 16 - 18 maanden, Sorteren, kennis maken met de echte wereld door middel van spelen, Kinderontwikkeling

Blijf lezen