34 - 36 maanden

Wanneer beginnen kinderen gender te begrijpen?

  • Facebook Icon
  • Twitter Icon
  • Pinterest Icon
  • Email Icon

Tussen de leeftijd van 26 en 33 maanden beginnen kinderen de wereld om hen heen beter te begrijpen door te denken in categorieën, waaronder gender. Rond deze periode beginnen veel kinderen zich meer jongen of meer meisje te voelen, en meer stil te staan bij geslacht en geslachtsdelen. Sommige kinderen omschrijven zich de ene keer als meisje en de andere keer als jongen, en soms herkennen ze zich in geen van beide.

Onderzoekers die zich over dit onderwerp buigen, kunnen geen verband vinden tussen het spel van een tweejarig kind en de genderidentiteit van het kind wanneer het ouder is. Het spel van tweejarigen wordt simpelweg niet op die manier gedefinieerd. Kinderen van drie kunnen wat standvastiger worden in de manier waarop ze zichzelf aanduiden, maar sta er tot die tijd niet van te kijken als je kinderen hiermee ziet experimenteren.

Zo kun je de ontwikkeling van de genderidentiteit ondersteunen:

Laat ze vrij in hun keuzes

Young child wearing a colorful dress

‘Jongenskleren’ en ‘meisjeskleren’ bestaan al lang, maar het onderscheid tussen de twee is volledig willekeurig. Het is nog helemaal niet lang geleden dat alle kleine kinderen, ongeacht geslacht en gender, jurkjes droegen. Blauw was ‘verfijnd en elegant’ genoeg voor meisjes, en roze was ‘steviger en sterker’ voor jongens.

Je kind vindt waarschijnlijk een heel scala aan kleuren, speelgoed, kleding, en activiteiten leuk, ongeacht geslacht of gender. Misschien wil je zoontje wel jurkjes aan, en wil je dochtertje graag kort haar. Geef kinderen vooral de vrijheid om te verkennen – ze proberen alleen maar te ontdekken hoe de wereld werkt, en welke rol zij daarin vervullen.

Als je zoontje van twee bijvoorbeeld de ‘mama’ wil spelen, is dat geen voorbode van de toekomst.Lise Eliot,professor neurowetenschap en auteur van het boek Pink Brain, Blue Brain,zegt dat het speelgoed dat kinderen leuk vinden, de rollen die ze tijdens het doen-alsof spelen, en de kleren die ze willen dragen op dat moment goed voor ze zijn: “dit zegt nog niets over de toekomst, en het belangrijkste is dat kinderen de vrijheid hebben om zichzelf te zijn in hun jeugd”.

Moedig meisjes aan om meer risico’s te nemen

Vaak moedigen ouders jongens meer aan om risico’s te nemen dan meisjes. “Uit onderzoeken naar gedrag in de speeltuin blijkt dat ouders hun dochters eerder waarschuwen dan hun zoons als ze te hoog op het speeltoestel klimmen,” zegt Eliot. “Ze moedigen hun zoons vaker aan om buiten te spelen, en nemen hun zoons vaker mee naar de speeltuin dan hun dochters.”

Risicovolle speelomgevingen kunnen ons volwassenen een gevoel van ongemak geven, maar toch bieden ze bijzonder veel voordelen voor de cognitieve, emotionele, en motorische groei. Ze leren kinderen hun fysieke grenzen kennen, zoals hoe snel ze kunnen rennen of hoe hoog ze kunnen klimmen zonder het eng te vinden. Ook leren ze je kind veerkrachtiger worden: wat gebeurt er als ik me pijn doe, en hoe kom ik daar overheen? Dit belangrijke leerproces kunnen we onbewust ondermijnen door na een valpartij tegen een meisje te zeggen dat ze voorzichtiger moet zijn, terwijl we tegen jongens zeggen: “niks aan de hand”.

Het taalverschil tussen jongens en meisjes komt door hun omgeving

Afgezien van een kleine afwijking in grootte zijn er nauwelijks verschillen tussen de hersenen van babyjongens en babymeisjes. Kinderartsen gebruiken geen aparte standaarden voor de ontwikkeling, omdat de afzonderlijke ontwikkeling van jongens en meisjes – afgezien van een paar kleine verschillen – statistisch gezien niet relevant genoeg is om te standaardiseren.

Toch kunnen kleine biologische verschillen in combinatie met grotere verschillen in hoe we kinderen benaderen, leiden tot wat Eliot een ‘zorgwekkende kloof’ noemt. Deze kloof is het gevolg van hoe wij volwassenen kinderen benaderen, de boodschap die kinderen meekrijgen van de wereld, en de interactie tussen kinderen en hun leeftijdsgenootjes.

Meisjes leren bijvoorbeeld over het algemeen iets eerder praten dan jongens. Dat verschil is klein, maar kan beginnen als een ogenschijnlijk lichte taalachterstand en uitgroeien tot iets dat veel problematischer is. Uit onderzoek blijkt dat ouders meer taal gebruiken tegen meisjes dan tegen jongens: meer woorden, meer boekjes, en meer verbale reacties. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat meisjes vaak beter ontwikkeld zijn dan jongens op het gebied van taal, vooral als het gaat om lezen en schrijven – ondanks dat hier geen biologische reden voor is.

De misvatting dat jongens nu eenmaal langzamer en minder goed leren praten, lezen, en schrijven dan meisjes, geeft ouders van jongens het verkeerde idee: dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over een taalachterstand, omdat dat onvermijdelijk is bij jongens. Maar, zegt Eliot: “ze moeten juist het tegenovergestelde doen: alle pijlen richten op de verbale stimulatie van hun zoon, of dochter”.

Share

  • Facebook Icon
  • Twitter Icon
  • Pinterest Icon
  • Email Icon

Author

Team Lovevery Avatar

Team Lovevery

Visit site

Posted in: 34 - 36 maanden, Gender, Identiteit, Sociaal-emotioneel, Kinderontwikkeling

Keep reading